
De Zuiderzeewet van 1919 voorzag in de afsluiting van de Zuiderzee gevolgd door inpoldering van grote delen daarvan. Dit werd de doodsteek voor de uit circa 2000 zeilschepen bestaande vissersvloot. De schepen werden voor een appel en een ei te koop aangeboden of anders liet men ze afzinken of werden ze in brand gestoken. Gelukkig zijn er nu nog zo'n 50 botters en 4 Volendammer kwakken over. De schepen zijn veelal in particulier bezit en de eigenaren/schipper nemen u graag mee aan boord om zo deze varende monumenten in stand te kunnen houden. De klippers en tjalken waren vrachtschepen die door heel Nederland werden ingezet, ook op de rivieren.

![]()